“Ik hou van praten, dat helpt”

“Ik was toe aan verandering in mijn leven, zag de oproep voor taalcoaches bij Progress in een Nieuwsbrief van de gemeente staan en dacht: Hé, dat zou ik wel eens een half jaartje kunnen doen.” Inmiddels heeft Lony met haar taalmaatje het traject van zesentwintig sessies volgemaakt en is ze van plan met een nieuw taalmaatje van start te gaan. “Mijn eerste taalmaatje is flink vooruitgegaan door onze wekelijkse gesprekken. Zelf houd ik van praten, en als een ander daar wat aan heeft, is dat voor beide kanten fijn.”

 

Bij Progress kunnen inburgeraars en andere mensen uit Amsterdam Zuid-Oost die de Nederlandse taal niet voldoende beheersen, vragen om een taalcoach. Lony kreeg drie kandidaten voorgelegd en kwam telefonisch in contact met haar taalmaatje. “Het klikte meteen. Wel begon ze in het Engels – ik ben meteen overgegaan op het Nederlands.” Lony en haar taalmaatje troffen elkaar anderhalf uur per week, in het begin in een buurthuis, daarna bij Lony thuis. “Ze vindt het fijn om hier te zijn, een kopje koffie, het doet haar goed.” De situatie van Lony’s eerste taalmaatje was bijzonder. Ze kwam uit Zuid-Europa en woonde al twintig jaar in Nederland. Omdat ze voor haar werk Engels sprak, was het er nooit van gekomen goed Nederlands te leren spreken. Toen ze werkzoekende werd, kreeg ze de behoefte haar Nederlands te verbeteren. Voor een nieuwe baan, maar ook om met de vriendjes van haar zoontje te kunnen praten. “Ze had niet veel sociale contacten, had weinig zelfvertrouwen voor wat betreft haar Nederlands. Ze wist dat ze na zoveel tijd de omslag moest maken en zichzelf moest dwingen om de taal te leren.”

 

“Niet alleen taal, ook een blik op de wereld”

 

Lony heeft veel bewondering voor het doorzettingsvermogen van haar taalmaatje. “Ze had ook nog problemen met haar gezondheid en financiële troubles. Maar ze deed het gewoon.” Het begin van het traject was niet meteen gemakkelijk. “Via de app zegde ze een paar keer onze afspraken af. Ik heb dat met haar besproken en gezegd dat ik het belangrijk vond dat onze bijeenkomsten doorgaan. Ook moest ze wennen aan hoe ik praat, vertelde ze na een tijdje. Dat had ook te maken met haar gebrek aan zelfvertrouwen, ze dacht snel dat ze het toch niet kon verstaan.”

 

Na een tijdje liepen de wekelijkse bijeenkomsten soepel, en hadden Lony en haar taalmaatje diepgaande gesprekken. “We spraken over van alles, over persoonlijke zaken zoals de familie en wat je tegenkomt in het leven. Zelf houd ik ervan de actualiteit bij te houden, dus ook daar hadden we het over. En we praatten over mijn andere vrijwilligerswerk, voor de stichting Werkgroep Vliegverkeer Bijlmermeer en als voorzitter van de stichting Aktie Gezondheid Gaasperdammerweg. Zij vond het interessant om te horen en ik vertel graag dat je soms ongewone manieren moet bedenken om iets voor elkaar te krijgen.” Zo biedt een taalcoach niet alleen hulp bij taal, maar ook een blik op de wereld.

 

Lesmethodes gebruikte Lony niet. “Soms corrigeerde ik haar door iets op de juiste manier te herhalen. Ze wilde graag dat ik corrigeerde. Maar meestal liet ik haar gewoon haar verhaal doen. Spreekwoorden en gezegden legde ik wel uit, die zijn zo lastig! Verder stimuleerde ik haar naar het Jeugdjournaal te kijken, of naar programma’s zoals Spoorloos en Het spijt me. Daarin wordt op een eenvoudige, duidelijke manier gesproken. En ik vond het als taalcoach belangrijk om vaak te zeggen dat ze vooruit gaat.” Voor hulp bij zelfredzaamheid had haar taalmaatje Lony niet nodig. Ze woonde al voldoende jaren in Nederland. Bij inburgeraars uit bijvoorbeeld Syrië of Eritrea, kan dat anders zijn. “Taalcoaches helpen vaak met de boodschappen; gaan mee naar gesprekken op school.”

 

Ondersteuning door Progress

 

In het begin heeft Lony via Progress een cursus voor taalcoaches gevolgd. “Daar kreeg ik nuttige tips.” En later bezocht ze de jaarlijkse bijeenkomst van Progress voor taalcoaches, “dat was enorm inspirerend. Zoveel positieve en blije verhalen had ik niet verwacht.” Lony’s taalmaatje spreekt in winkels intussen geen Engels meer, maar Nederlands. Een drempel die ze heeft overwonnen! “Haar buurvrouw zei laatst dat haar Nederlands beter is geworden. Ze zit nu ook beter in haar vel. Ik denk dat ik als taalcoach daaraan heb kunnen bijdragen.” En Lony? “Ik vind het bijzonder om contact te hebben met iemand die in andere omstandigheden leeft dan jijzelf. In zo’n korte tijd leer je elkaar goed kennen, dat is verrijkend.”

Wil jij ook taalcoach worden bij stichting Progress? Lees meer en neem direct contact op.

 

Tekst: Angélique Derks

Foto’s: Jackie Mulder

 

“Mijn leven gaat veranderen door haar hulp”

Adèle Stuijfzand helpt Burcu Engin met het leren voor examens zodat ze kan werken in een ziekenhuis. Ze hebben elkaar gevonden via stichting Taalmeesterschap, die ondersteuning geeft aan studenten en werkenden op hbo- en academisch niveau, voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. Burcu (37) is twee jaar geleden vanuit Turkije hier komen wonen. Ze spreekt al bijzonder vlot Nederlands. Adèle (70) is gepensioneerd en verknocht aan Amsterdam.

 

Adèle: “Ik ben via een vriend bij Taalmeesterschap terecht gekomen, hij was daar heel enthousiast over. Ik werd toen geballoteerd door Frits en Gerda, de coördinatoren van Taalmeesterschap, een snuffeluurtje noemde ik dat. Dan schatten ze in of je het juiste niveau hebt. Ik heb sociologie gestudeerd en heb in de gezondheidzorg als manager gewerkt. Dan ben je ook aan het luisteren, stimuleren en steunen.

 

Vrijwilligerswerk is heel leuk. Ik zit ook in twee besturen van kleine stichtingen. Ik vind het leuk om dat te combineren met het een stukje verder helpen van nieuwkomers. Ik ben gepensioneerd, maar elke dag vakantie vieren vind ik saai!”

 

Burcu: “Ik zocht iemand die mij kan helpen met het voorbereiden van examens. Ik heb in Turkije de opleiding Verpleegkunde gedaan en die is wel geldig in Nederland, maar om een baan op mijn niveau te krijgen, heb ik een BIG registratie nodig. Daarvoor moet ik twee examens doen: de AKV (Algemene Kennis en Vaardigheden) en de BI toets (Beroepsinhoudelijk). De AKV heb ik met de hulp van Adele gehaald! Nu zijn we bezig met de BI.”

 

“Ze heeft er veel voor over, want ze moet drie kwartier fietsen om naar mij te komen.”

 

Adèle: “Burcu komt hier zo twee keer per week. Ze heeft er veel voor over, want ze moet driekwartier fietsen om naar mij te komen. Ze leest voor uit haar leerboek en ik leg moeilijke woorden uit. Ik vraag of ze het goed heeft begrepen. Sommige zinnen kun je makkelijk verkeerd opvatten. Ik zeg ook tegen haar: dit is echt heel belangrijk om te leren en dit niet.”

 

Burcu: “Tegelijk oefenen we ook met de uitspraak. Want het is ook heel belangrijk dat ik beter Nederlands leer praten. Ik heb al gesolliciteerd bij ziekenhuizen, en ze willen me heel graag hebben, maar mijn Nederlands is nog niet goed genoeg. Ik werkte in Turkije als operatieassistent en in een operatiekamer moet je heel snel en duidelijk kunnen communiceren.”

 

Adèle: “Het geeft me veel plezier om samen aan iets te werken. En wat het me ook oplevert, is weten in welke samenleving we leven. Ik zie hoe moeilijk het is voor nieuwkomers om een plek te vinden en te krijgen. Het is een immens hoofdstuk in iemands leven om in een ander land te gaan wonen en helemaal opnieuw te beginnen.”

 

“Ik zie hoe moeilijk het is voor nieuwkomers om een plek te vinden en te krijgen.”

 

Burcu: “Ik was getrouwd met een Nederlandse man, twee jaar geleden kwam ik naar Nederland. Inmiddels ben ik gescheiden, en ik heb er toen voor gekozen om in Nederland te blijven. De politieke en economische situatie in Turkije is niet ideaal. Ik vind het leuk om een andere cultuur te leren kennen. Ik vind koud weer leuk. Dan kan ik beter studeren! En ik vind het fijn om vrij te zijn als vrouw. Ik mag midden in de nacht terug naar huis fietsen na een feestje. Wat ik ook leuk vind, is dat de mensen direct zijn. Je kan zeggen: ik vind dit niet leuk.”

 

Burcu werkt nu parttime in een verpleeghuis als verzorgende. Voordat ze bij Adèle terecht kwam, had ze andere taalcoaches om haar te helpen. Ze waardeert het heel erg dat zoveel mensen In Nederland zich inzetten als vrijwilliger. Ze had zelfs een vrouw die een drukke baan had en twee jonge kinderen als taalcoach. Ze had eigenlijk te weinig tijd, maar ze zien elkaar nog wel voor de gezelligheid. Zelf heeft Burcu ook vrijwilligerswerk gedaan: ze ging winkelen met een eenzame oudere vrouw.

 

Burcu: “Voor mensen zoals ik, die een examen of een studie moeten doen in het Nederlands, is het heel belangrijk dat er ook taalcoaches zijn die voldoende kennis van de Nederlandse taal hebben. Daarom ben ik zo blij met Taalmeesterschap, zij zoeken speciaal naar deze vrijwilligers.”

 

“Ik vind het leuk om een andere cultuur te leren kennen. Ik vind koud weer leuk.”

 

Adèle: “Ik vind dat Frits en Gerda de match tussen een taalcoach en een cursist heel goed doen. Ik wil bijvoorbeeld niet op basisniveau werken, het verschil uitleggen tussen bek en beek, en bos en boos. Ik wil meer inhoudelijk bezig zijn. En met Burcu heb ik het getroffen.”

 

Burcu: “Ik weet niet hoe ik Adèle kan bedanken. Mijn leven gaat veranderen door haar hulp. Door het halen van het examen en het leren van de taal, kan ik straks een betere baan vinden, een huis huren en een sociaal leven opbouwen. Zonder haar hulp is het zoveel moeilijker.”

 

Adèle: “Ik zie een enorme ijver bij Burcu. Ik steun haar, ik geef haar de bevestiging dat ze het kan en dat is prettig. Ik geef het vertrouwen. Maar ze doet het zelf hoor!”

 

Wil jij ook taalcoach worden bij stichting Taalmeesterschap? Of zoek je een taalcoach die jou bij je studie kan helpen? Lees meer en neem direct contact op.

 

Tekst: Simone Timmer

Foto’s: Huub Zeeman

 

Sanne

Sanne en Issam blijven vrienden

Sanne (25) ging een half jaar lang voor Vluchtelingenwerk aan de slag als taalcoach: om uit haar ‘bèta-bubbel’ te komen, bij te dragen aan de maatschappij en andere mensen te ontmoeten. Dat is goed gelukt: het traject als taalcoach van Issam (29) is afgelopen, maar de twee blijven elkaar zien. “Het leren van de Nederlandse taal is belangrijk voor de integratie, bij het geaccepteerd worden in de samenleving.”

 

Sanne en Issam praatten in de bibliotheek over gewone dingen.  “Soms was het makkelijker om in het Engels te praten, maar dat verstond ik dan gewoon niet. Dan haalde ik mijn schouders op en zei: ‘Wat bedoel je?’”

 

“Er gaat veel tijd zitten in het uitleggen wat je bedoelt zodat je elkaar helemaal goed begrijpt. Bijvoorbeeld toen mijn ketting eraf ging en ik daarom later was… dat koste veel tijd en woorden!”

 

“Issam woont in een flat waar studenten en vluchtelingen bij elkaar wonen. Op zijn verjaardag gaf hij thuis een feest, waar iedereen was uitgenodigd. Ik dus ook; ik heb Syrisch leren dansen! Super bijzonder.”

 

“Door Nederlands te spreken word je geaccepteerd in de samenleving.”

 

Gastvrijheid, dat is waar Sanne kennis mee maakte als taalcoach. De cultuur en gebruiken van Issam zijn prettig: open en positief. Zij voelt zich welkom bij hem en zijn vrienden, mag overal bij zijn en wordt opgenomen in hun vriendschap. “Issam en twee vrienden gingen ook eens mee naar mijn voetbaltraining, dat was gezellig. We speelden een prima en fanatiek trainingspartijtje.”

 

Tijdens het coachtraject is ook geoefend voor de taaltoets van het inburgeringstraject bij het ROC. Issam leert vanaf november fulltime Nederlands aan het taalcentrum op de Vrije Universiteit. Hij stroomt in op A2/B1-niveau. Om dit mogelijk te maken hebben ze de schouders extra onder de grammatica van het Nederlands gezet.

 

“Issam ging mee naar het bevrijdingsfestival in Zwolle, waar ik vandaan kom. Dat was voor mij heel speciaal. We zijn met een groep vrienden naar het festival geweest en daarna hebben Issam en ik met twee vriendinnen bij mijn ouders thuis wat gegeten.”

 

“Blijf verbindingen maken, ook als mensen verder van je af staan. Het is een verrijking van je leven.”

 

Dit jaar heeft Sanne een tussenjaar. Na het behalen van haar bachelor Econometrie afgelopen zomer werkt zij nu fulltime voor een bedrijf dat berekeningen maakt voor de medische wereld in Nederland. Naast bezig zijn voor de studievereniging zijn reizen en het leren van talen haar passie. Vanaf maart 2018 gaat zij in Colombia meewerken aan Manq’a, een project om kansarme jongeren te helpen hun baankansen te vergroten. Het volgende studiejaar gaat zij haar Master Econometrie halen.

 

“Taalcoach zijn is geweldig. Je leert nieuwe mensen kennen; het brengt hen veel, maar jou ook. Mensen kunnen anders zijn; maar in veel dingen toch hetzelfde. Blijf verbindingen maken, ook als mensen verder van je af staan. Je leert ervan. Het is een verrijking van je leven.”

 

Wil je ook taalcoach worden? Dat kan bij één van deze organisaties

 

Tekst: Helen Kooistra

 

“Ik krijg nu juist heel veel complimenten over mijn Nederlands”

Hoda uit Iran was goed voorbereid toen ze in Nederland aan haar HBO-opleiding Chemie begon – ze had haar inburgeringscursus en ook de nodige NT2 examens al gehaald. Maar tijdens haar studie merkte ze dat ze twee tot drie keer zoveel tijd moest besteden aan het schrijven van een verslag in vergelijking met haar medestudenten. En ze schrok heel erg toen ze tijdens het tweede jaar van een docent te horen kreeg dat ze een andere richting moest kiezen omdat haar verslagen nog altijd te veel taalfouten bevatten. Nederlands bleek dus nog moeilijker te kunnen zijn dan wat Hoda al geleerd had! En ja, voor een HBO- of universitaire opleiding is vaak een nog iets hoger taalniveau nodig.

 

Maatwerk voor studenten
Hoda zei tegen haar docent dat ze al allerlei cursussen Nederlands gevolgd had en dat ze dacht dat ze meer zou hebben aan individuele begeleiding door iemand die vooral haar studieverslagen bekijkt en haar dan les geeft op basis van de fouten die ze in die verslagen nog maakt. Ze kreeg toen het advies om bij de organisatie Taalmeesterschap een vrijwilliger te gaan zoeken.

 

Taalmeesterschap heeft Hoda daarna gekoppeld aan taalcoach Henk, een gepensioneerd docent scheikunde. Hoda: “Dat is nu ruim twee jaar geleden en ik ben inmiddels bijna klaar met mijn opleiding en krijg nu juist heel veel complimenten over mijn Nederlands. Ook de presentatie die ik laatst heb gegeven over mijn stageonderzoek werd supergoed gevonden.”

 

Vaktaal
Henk: “In het begin hebben we vooral heel veel aandacht gegeven aan de zinsbouw en de woordvolgorde in Hoda’s studieverslagen en daarnaast ook wel aan haar uitspraak van het Nederlands.” Hoda: “En natuurlijk ook aan de- en het-woorden.  Met een hele lijst van woorden die voor mijn vak belangrijk zijn, zodat ik met de pipet en het molecuul en de reageerbuis en het atoom enzovoort geen fouten meer zou maken. En al die verschillende voorzetsels bij dezelfde werkwoorden vind ik moeilijk! Wat het verschil maakt tussen een maatkolf vullen of bijvullen en wat dan weer het verschil is met iets invullen…” Henk: “Daarnaast was het natuurlijk plezierig dat we ook inhoudelijk over chemische onderwerpen konden praten, handig voor Hoda maar ook heel leuk voor mij!”

 

Visitekaartje
Hoda vertelt dat ze erg blij is met de wekelijkse begeleiding die ze van Henk heeft gekregen en nog steeds krijgt. “Mijn medestudenten wilden vroeger best wel eens een verslag voor me nakijken op taalgebruik, maar zoiets kun je natuurlijk niet steeds weer opnieuw aan hen vragen. En op die manier leerde ik zelf ook niet genoeg om mijn Nederlands te verbeteren.” Henk vult aan: “En zo’n verslag is natuurlijk wel je visitekaartje, het gaat er niet alleen om dat mensen snappen wat je bedoelt, in je vak moeten je werkverslagen er echt verzorgd en goed uitzien.”

 

Lees meer over Taalmeesterschap

Taal is verbinding tussen mensen

Foto: Annemarie Bevers

Op een mooie zomerse ochtend in september loop ik van het Vondelpark naar de Keizersgracht en bedenk me hoe uniek Amsterdam toch eigenlijk is. Niet alleen de architectuur, ook de bewoners en bezoekers zijn zo bijzonder en divers. Ik ben op weg naar mijn afspraak met Dick van Beuningen (78), taalcoach bij Gilde Amsterdam en Judit Horvath (44), cliënt van Gilde Amsterdam.

 

Een mix
Gilde Amsterdam heeft bij de meeste Amsterdammers wel een vertrouwde klank. Het is echter omvangrijker dan menigeen denkt. Annemarie Bevers, directeur van Gilde Amsterdam, vertelt me dat er meer dan 900 vrijwilligers bij het Gilde betrokken zijn voor dienstverlening aan meer dan 10.000 cliënten. De grote groep vrijwilligers is een mix van ouderen en jongeren. Dynamisch, deskundig en betrokken is het motto.

Dick werkt voor het project SamenSpraak, waarbij anderstaligen worden gekoppeld aan een vrijwilliger om de Nederlandse taal te oefenen. We zitten in het prachtige binnentuinhofje, bij het kantoor van Gilde Amsterdam aan de Keizersgracht. 

 

Het klikte meteen
Dick vertelt tot zijn pensionering werkzaam te zijn geweest in de drogistenbranche. Kort daarna werd zijn vrouw ernstig ziek. “Ik was zes jaar lang mantelzorger voor mijn vrouw en kwam eigenlijk niet aan andere dingen toe. In die tijd werd ook een kleinkind ernstig ziek. Toen mijn vrouw zeven jaar geleden overleed, kan ik wel zeggen dat ik in een zwart gat viel.”

“Van een vriend hoorde ik over vrijwilligerswerk als taalcoach bij Gilde Amsterdam. Ik ben een groot liefhebber van de Nederlandse taal. Direct bij het eerste contact was ik enthousiast. Het klikte meteen.”

Dick werkt nu al weer meer dan zes jaar als taalcoach bij SamenSpraak. Cliënten zijn anderstaligen, afkomstig uit meer dan zestig verschillende landen. Zij moeten al een basiskennis van het Nederlands hebben. De taalcoach werkt maximaal één jaar met een cliënt. 

 

Verbinding tussen mensen
“Ik heb inmiddels al wel zo’n veertig mensen onder mijn hoede gehad. Het gaat er niet alleen om de spreektaal te optimaliseren, maar ook wat meer gevoel te krijgen voor de Nederlandse samenleving. Taal is communiceren en de verbinding tussen mensen.”

“Judit en ik ontmoeten elkaar één keer per week. We ondernemen van alles. Zo ben ik met Judit naar de voorstelling van Anne Frank geweest.”

 

Dubbele begrippen
Judit Horvath is Hongaarse. “Ik ben mijn man naar Nederland gevolgd, hij kreeg hier werk. Ik heb hier vroeger al gewoond, ben weer teruggaan naar Hongarije en woon hier nu alweer een jaar. Ik werkte in Hongarije als docent Hongaars, Duits, Frans en werkte als psychotherapeute.”

“Ik wil mijn kennis van het Nederlands verbeteren en zeker de uitspraak optimaliseren. Dick is als coach erg fijn, niet alleen voor de taal, maar ook om de Nederlandse gewoontes beter te leren kennen. Ik vind het niet altijd even makkelijk om de intonaties en de dubbele begrippen in de Nederlandse taal te begrijpen. En ook het maken van vrienden is best wel moeilijk. Ik denk dat als mijn Nederlands wat accentlozer is en ik een beter begrip van de spreektaal heb, de contacten ook wat makkelijke zullen worden. En het fijne is, Dick kan heel goed luisteren. En we zijn allebei kunstliefhebber.”
 

Zo is het leven
“En soms is het best wel eens emotioneel,” zegt Dick. “Zo had ik een jonge Guinese man als cliënt. Hij was een politiek gevangene in Guinee. Hij burgerde heel goed in, kreeg een Nederlands paspoort, studeerde politicologie. Hij wilde in Guinee zijn moeder bezoeken, trots op wat hij bereikt had. Toen hij na allerlei problemen tijdens de reis in Guinee bij zijn moeder aankwam, bleek ze net te zijn overleden. En weet je wat hij mij mailde, met al zijn verdriet: ‘Dick, zo is het leven’.”

Tot slot benadrukt Dick hoe inspirerend en belangrijk de taalcoaching is in een stad met zo’n enorm grote variëteit aan nationaliteiten en de daarmee de grote behoefte aan taalonderwijs. Voor hemzelf schenkt het werk voldoening en inspiratie. Hij hoopt het nog lang te kunnen blijven doen.

Meer weten over het project SamenSpraak van Gilde Amsterdam?

auteur: Jan Barnhoorn

Voor mij is het iets kleins, voor de ander vaak iets heel groots

Foto: Sandra Warnier

 

Rachida el Kaid (38) woont samen met haar zoon Chakir (8) in Buitenveldert. Sinds december 2015 is ze vrijwillig taalcoach bij 4People Foundation, waar ze gesprekjes voert met niet-Nederlandstaligen, om zo hun Nederlands te oefenen. Dit doet ze maar liefst drie dagen in de week. “Ik maak me graag nuttig.”

 

Vrolijk, open en makkelijk in de omgang; dat is Rachida. Haar blije lach verschijnt vaak op haar gezicht als ze praat. Ze heeft een passie voor lezen, koken en natuurlijk voor haar zoontje Chakir. “Ik vind het belangrijk om het goede voorbeeld te laten zien aan hem. Hoe waardevol het is om iets goeds te doen voor een ander. Dat neemt hij later toch mee!”

 

Ze praat!
“Voor veel mensen die ik begeleid is het in het begin moeilijk om Nederlands te spreken. Ze durven het vaak nog niet zo goed. Worden onzeker. En het isoleert hen soms ook in het dagelijks leven. Zo is er een Turkse dame, die in het begin niets durfde te zeggen. Ik moest alles eruit trekken. Maar nu, een paar maanden later, bloeit ze helemaal op! Ze heeft, mede dankzij onze gesprekjes, haar schroom overwonnen. Ze praat niet perfect Nederlands, dat hoeft ook niet, maar ze práát! En ik begrijp alles wat ze zegt. Zo mooi vind ik dat! Dat geeft echt voldoening,” vertelt Rachida vol trots.

 

Niet oordelen
Ik begeleid negen mensen, die ik allemaal één keer per week zie, één op één. En dan praten we; over de afgelopen week, over vakanties, over de familie. Soms doen we een klein rollenspel, bijvoorbeeld als iemand de huisarts moet bellen en hiervoor wil oefenen. Of we lezen samen uit een kinderboek.”

 

“Door dit vrijwilligerswerk heb ik echt geleerd om niet meteen te oordelen. Achter iedereen schuilt een bijzonder verhaal.”

 

“Al die verschillende mensen, verschillende culturen, geweldig! Ik bouw echt een band met iedereen op. Na een tijdje vertellen ze me ook meer persoonlijke dingen. Achter iedereen schuilt een bijzonder verhaal. Door dit vrijwilligerswerk heb ik echt geleerd om nog meer respect voor mensen te hebben. Niet meteen te oordelen. Je weet zo vaak niet wat er allemaal achter schuilt…”

 

Basistraining
Rachida heeft voorheen als kinderleidster gewerkt en met kinderen met een verstandelijke beperking. Door omstandigheden raakte ze in 2006 werkloos. “Voor langere tijd thuis zitten is niets voor mij; de dagen gingen te veel op elkaar lijken. Terwijl ik juist zo graag actief ben, me nuttig wil maken, met mensen wil omgaan. Daarom ben ik erg blij dat ik via via dit vrijwilligerswerk heb gevonden.”

 

“Voordat ik begon heb ik een zesdaagse basistraining gevolgd. Onderwerpen die hier aan bod kwamen waren bijvoorbeeld: Hoe creëer je een prettige, veilige sfeer in een gesprek? Hoe ga je om met iemand die alleen maar negatief is? Wat doe je als iemand met een probleem naar je toe komt? Nuttige thema’s, waar altijd leerzame dingen tussen zitten. Hierdoor heb ik extra kennis en vaardigheden opgedaan om vol vertrouwen aan de slag te gaan als taalcoach.”

 

“Dat ik mensen op deze manier een klein beetje op weg kan helpen met de Nederlandse taal, daar word ik zó blij van!”

 

Litouwse chocolade
Voor mij is het iets kleins, om wekelijks een uur à anderhalf uur met iemand te praten, maar voor de ander is het vaak iets heel groots. Iemand praat, leert, overwint drempels, groeit. ‘Dat komt echt door jou, Rachida; jij bent zo lief en zo geduldig,’ zei een vrouw laatst, terwijl ze me een doosje Litouwse chocolade toestopte. Het gaat mij natuurlijk niet om de cadeaus, maar dat ik mensen op deze manier een klein beetje op weg kan helpen met de Nederlandse taal, daar word ik zó blij van!”

 

Ook taalcoach worden?
Voor Nederlandstaligen is taalcoaching een kans om kennis te maken met andere culturen. Geen taalles, maar een gesprek aan de keukentafel, tijdens het koken of onderweg naar een museum of de markt. Wat je doet en wanneer, dat bepaal je als taalkoppel samen. Zoek een organisatie die bij je past en meld je aan.

 

Een taalcoach nodig?
Wil je beter Nederlands leren spreken? Daar kan een taalcoach bij helpen: een paar uurtjes per week met elkaar praten, helpt al heel veel. Je praat samen Nederlands, zodat je wat je in een taalcursus geleerd hebt, in de praktijk kan brengen. Zoek een organisatie die bij je past en meld je aan.

 

 

 

Zelfredzaam door taalles thuis

We hadden meteen een klik, vertelt ABC-vrijwilliger Mariëlle enthousiast. Farida beaamt het lachend. Ze is een intelligente vrouw, die graag Nederlands wil leren. In Marokko heeft ze slechts enkele jaren onderwijs gehad. Ze kent weinig mensen.  Haar familie is in Marokko. Via het Amsterdams Buurvouwen Contact (ABC) krijgt ze taalles aan huis.

 

Inburgeren

Farida moet inburgeren. Ze is een jaar geleden met haar drie kinderen naar Nederland gekomen. Haar man woonde al langer in Nederland. Farida kende niemand. In de groepslessen Nederlands durfde ze niet te spreken. Ze kreeg last van paniekaanvallen. Nu ze taalles aan huis krijgt, is er meer aandacht voor haar bij het leren.

 

Buitenles
Als taalcoach bij ABC werk je niet alleen aan taal, licht Mariëlle toe. Elke tien lessen hebben we een buitenles. Dan gaan we samen de buurt in, bijvoorbeeld naar de bibliotheek of een buurthuis. Farida weet dan waar ze naar toe kan gaan om zich verder te ontwikkelen.

 

Doelen

Het is belangrijk als taalcoach om te weten welke doelen iemand zichzelf stelt, legt Mariëlle uit. Dat motiveert op de momenten dat het leren even lastiger gaat. Nederlands is namelijk een pittige taal. Het is fijn om Farida op weg te helpen. En als het goed gaat, ga ik ook weer. Mijn werk zit er dan op. Zelfredzaamheid, daar gaat het om.

 

“Mijn droom is om in de zorg te gaan werken”

 

Mijn kinderen spreken heel goed Nederlands, vertelt Farida trots. Ik wil hen ook kunnen voorlezen. Of helpen bij het huiswerk. Mijn droom is om in de zorg te gaan werken. Daarvoor moet ik een opleiding kunnen volgen. Dan ga ik dus nog meer leren! zegt ze lachend.

 

Taalcoach worden

Ik heb me aangemeld bij het ABC, omdat je bij iemand thuis komt, vertelt Mariëlle. En dat is bijzonder. Ik woon niet in dezelfde buurt, zegt Mariëlle, dus je kunt me niet echt haar buurvrouw noemen. Farida woont in Noord en ik in Zuid, maar met de Noord-Zuidlijn ben ik er zo.

 

Verrijking

Ik heb een administratieve baan en het vrijwilligerswerk doe ik er naast. Het is zinvol om te doen. Ook is het een verrijking om Farida te kennen. We leren zoveel van elkaar! Laatst zei ze iets in het Nederlands, wat ik niet kon thuisbrengen. Het bleek haar letterlijke vertaling van een prachtig spreekwoord te zijn in haar moedertaal. Ik leer een andere cultuur kennen en van de wijsheid die zij heeft! Ja, ik ben heel blij met Farida. En ik ben heel blij met jou! besluit Farida.

 

Speciale doelgroep: vrouwen
Het ABC is er voor een speciale doelgroep: sociaal geïsoleerde vrouwen, die gebaat zijn bij individuele taalles aan huis. Ook Farida had bij start geen netwerk en was vanwege haar kinderen aan huis gebonden. Daarnaast kampte ze met faalangst. Nu, na een jaar les, kan ze bijna het inburgeringsexamen doen.

 

Wil jij net als Mariëlle taalcoach worden? Kijk bij welke organisatie jij aan de slag zou willen en meld je aan. Het Amsterdams Buurvrouwen Contact vind je daar ook.

(foto: Liesbeth Dingemans)

Absoluut geen Engels

Foto’s Edwin van Eis

 

Een ‘top-duo’, vinden ze zichzelf. De Amsterdamse Natalia en Joanna uit Polen deelden een jaar lang, 2,5 uur per week, lief en leed én de Nederlandse taal. Een blik in hun keuken; wat maakt een taalkoppel tot een succes?

 

“Ons jaar zit er op”, zucht Joanna teleurgesteld. Precies een jaar geleden werden Natalia Blok [35 jaar] en Joanna Wąsowicz [38 jaar] door SamenSpraak Oost gekoppeld, en een traject taalcoaching duurt een jaar. Joanna was erg onzeker over haar Nederlands en had behoefte aan praktische oefening. Natalia, de vrijwillige taalcoach, had net een traject had afgesloten met een andere anderstalige en voelde wel weer voor een nieuwe match.

 

Perfecte match
Voor de Poolse Joanna was Natalia, die trouwens half-Pools is, dé perfecte match. Ze begreep hoe ze subtiel verbeteringen moest aanbrengen in haar Nederlands,  bijvoorbeeld per sms: Joanna: ’Hoera! Ik heb voor mijn theorie-examen geslaagd’. Natalia: ’Gefeliciteerd, wat goed dat je bent geslaagd!’ Natalia begreep ook dat Joanna,  in haar land van herkomst docente zakelijk Engels, niet klakkeloos woorden en regels overnam, maar ook wilde begrijpen waaróm er een bepaalde uitzondering op de regel was. Even belangrijk voor Joanna was Natalia’s luisterend oor en geduldige stimulans. Dat Joanna slechthorend is, maakte voor Natalia niets uit. “Ik paste me aan, aan wat Joanna wilde. Joanna moest woorden geschreven zien staan en ik moest duidelijk articuleren. Dat vond ik natuurlijk geen probleem!”

 

Absoluut geen Engels
Daarnaast deelde het taalkoppel ook hun liefde voor kunst en cultuur, taal en …café latte. Ze maakten leuke uitstapjes – naar het Joods Historisch Museum, de Japanse tuin in Den Haag  –  en er werden veel café latte’s gedronken. Met name in de Javastraat in Amsterdam. Natalia ontdekte dat Joanna kind aan huis was sommige cafés. De bediening hield automatisch rekening met de ijverige NT2-studente: absoluut geen Engels, altijd dezelfde koffie en af en toe hulp bij een tekst.

 

Extra uurtje in de lesauto
“Joanna was een enorm gemotiveerde, perfectionistische studente. Ik moest haar vaak afremmen”, vertelt Natalia. Toen Joanna aankwam met haar eerste Nederlandse leesboek, legde ze Het spook van de opera op tafel! Maar Joanna bleek vooral onzeker over haar gesproken Nederlands. En daarom leerde ze Joanna om zelfverzekerder te zijn. En vol te houden om Nederlands te praten. Ook gaf ze tips om dagelijks woordgebruik onder de knie te krijgen. Zo zit Joanna nu tijdens haar rijlessen een uurtje extra achterin in de lesauto om ‘mee te luisteren’ en let ze naast de verkeersregels vooral op de koetjes en kalfjes.

 

Woordenstroom
Dat Joanna over haar onzekerheid heen is, blijkt wel uit haar enorme woordenstroom tijdens het interview. Joanna vertelt honderduit over haar ervaringen in Nederland en de vele activiteiten waar ze aan deelneemt in Amsterdam. “Alleen naar school gaan, zonder een taal te leren in de praktijk, werkt niet”, vindt de Poolse. “Ik realiseerde me dat ik iemand nodig had die in me geloofde, die me stimuleerde en vertrouwen in me had. Natalia bleek een uitstekende coach. Ik voelde op een gegeven moment: Yes, ik kan dit!”

 

Joanna blijft vaste klant in de cafeetjes in de Javastraat. Nog steeds met Natalia, die inmiddels een vriendin is geworden. Maar nu ook met andere anderstaligen om samen Nederlands te oefenen. Joanna spreekt nu vrijwillig een paar uurtjes per week af met Fatiha, die van Marokkaanse komaf is, om haar wat Nederlandse woorden te leren.

 

Een taalcoach nodig?
Wil je beter Nederlands leren spreken? Daar kan een taalcoach bij helpen: een paar uurtjes per week met elkaar praten, helpt al heel veel. Je praat samen Nederlands, zodat je wat je in een taalcursus geleerd hebt, in de praktijk kan brengen. Zoek een organisatie die bij je past en meld je aan.

 

Ook taalcoach worden?
Voor Nederlandstaligen is taalcoaching een kans om kennis te maken met andere culturen. Geen taalles, maar een gesprek aan de keukentafel, tijdens het koken of onderweg naar een museum of de markt. Wat je doet en wanneer, dat bepaal je als taalkoppel samen. Zoek een organisatie die bij je past en meld je aan.


Joanna en Natalia zijn gekoppeld door Samenspraak Oost

We wonen bij elkaar om de hoek

Foto’s Erik Borst

 

Johan Sturm (57) is de taalcoach van Kang Li (30) uit China. Kang is drie jaar geleden naar Nederland verhuisd om samen te gaan wonen met haar Nederlandse man. Die spreekt alleen Engels met haar, dus ging ze op zoek naar iemand die met haar Nederlands kan oefenen. Want Kang heeft ambities!

 

Kang, je spreekt al behoorlijk Nederlands. Heb je Nederlandse les gevolgd?
“Ja, ik heb anderhalf jaar les gehad. Ik heb het inburgeringsexamen en NT2 niveau 1 gehaald. Maar om een baan te vinden hier of om te studeren, moet ik beter leren spreken en schrijven. In China heb ik Informatica gestudeerd, hier wil ik graag de masteropleiding doen. Daarom ben ik nu bezig met NT2 niveau 2.”

 

Hoe kwam je op het idee om een taalcoach te zoeken?
“Ik heb gezocht op internet en kwam op www.taalcoachwijzer.nl. Via die site vond ik Samenspraak Oost. Toen kreeg ik Johan. Hij is een goede docent voor mij. Soms vind ik het wel moeilijk om door te gaan, een taal leren is een lang proces. Johan geeft me energie om door te gaan!”

 

Johan, waarom ben jij taalcoach geworden?
“Ik hoorde erover en het leek me erg leuk. Het is één uurtje per week, heel concreet. We wonen bij elkaar om de hoek, dat maakt het heel makkelijk om even af te spreken. Het is ook wederzijds, ik ben vijfendertig jaar geleden in China geweest en ben benieuwd hoe het daar nu is. Totaal anders natuurlijk.”

 

Johan en Kang zijn via SamenSpraak Oost aan elkaar gekoppeld.

Plezier en zelfvertrouwen

Frits Brommet is twee jaar geleden gestopt met zijn werk als geestelijk verzorger. Maar Frits zit niet stil. De vrije tijd die hij nu heeft vult hij graag met werk waar hij zelf voor kiest. Leuk werk. Vrijwilligerswerk. Frits Brommet is al ruim een jaar de taalcoach van Kofi Asieudu. Kofi Asiedu komt oorspronkelijk uit Ghana. Ruim twintig jaar geleden is hij gevlucht. Hij woont nu in Nederland en volgt een opleiding Detailhandel aan het ROC.

 
Een bijzonder moment
Kofi vertelt Frits over een bijzonder moment dat hij afgelopen week beleefde: zijn eerste telefoongesprek in het Nederlands. Een persoonlijk gesprek met klasgenoten, vrienden of op straat, start Kofi altijd in het Nederlands. Dat zelfvertrouwen heeft hij. Maar de drempel om een telefoongesprek in het Nederlands te voeren, lag hoger. Daarom begint Kofi zelf altijd in het Engels. Bijna altijd treft hij iemand aan de andere kant van de lijn die ook Engels spreekt. Maar deze keer was dat niet het geval. Nu moest Kofi wel Nederlands praten. En het ging. De telefoniste begreep hem en hij begreep haar. Dat heeft hem zoveel zelfvertrouwen gegeven dat hij bij zijn volgende telefoongesprek direct van wal stak in het Nederlands. De glimlach van Kofi laat zien dat hij heel blij en best wel trots is over deze speciale doorbraak.

 

Serieus aan het werk
Kofi en Frits zijn vandaag heel serieus aan het werk. Beide heren zijn geconcentreerd bezig en zitten gebogen over de boeken. Voor Kofi staan er belangrijke examens voor de deur. Frits is betrokken en geduldig. Voor hem lijken de komende examens haast net zo spannend. Frits is streng maar eerlijk als hij zegt dat er nog veel moet gebeuren. Kofi zal er hard aan moeten trekken. Gelukkig is Kofi gemotiveerd en gaat zijn Nederlands met sprongen vooruit als hij regelmatig oefent.

 
Gezellig kletsen over alledaagse zaken
Tijdens de koffiepauze komt de meerwaarde van deze taalcoachingsprojecten mooi tot uiting. Jenny, de buurvrouw van Frits, is aangeschoven en wordt er gezellig gekletst over alledaagse zaken. Dat wil zeggen, zaken die in Nederland alledaags en vanzelfsprekend zijn, zijn dat Afrika niet. Jenny moet naar begrafenis, en dat is aanleiding voor een gesprek over de verschillende rituelen en gebruiken rondom een begrafenis in Ghana en Nederland. De horizon van beide partijen wordt verbreed.

 

Frits en Kofi zijn aan elkaar gekoppeld door het project Samenspraak Rivierenbuurt.