Buurvrouwen helpen elkaar

 

In Amsterdam helpen zo’n 230 vrouwen hun buurvrouw met de Nederlandse taal. Zij hebben elkaar gevonden via het Amsterdams Buurvrouwen Contact (ABC), maar Ankie Koeberg-Telder en Zarghoen Hossain kwamen elkaar tegen in het trappenhuis. “Wij wonen naast elkaar, we zien elkaar dus ook buiten de wekelijkse les.”

 

Buren uit alle culturen
Ankie Koeberg kwam in 1977 met haar gezin in de 2e Oosterparkstraat wonen. “Ik woon hier goed, al is het niet gemakkelijker geworden. De buurt is erg veranderd. Het laatste Nederlandse gezin in dit portiek is pas geleden vertrokken, ik heb buren uit alle culturen. Iers, Senegalees, Algerijns, Surinaams.”

 

Zarghoen Hossain komt oorspronkelijk uit Afghanistan. “Wij moesten vluchten voor de Taliban, het is voor ons niet goed meer in Afghanistan. Via Pakistan zijn we naar Amsterdam gekomen. Mijn oudste kinderen mochten niet mee, dat is heel moeilijk.” Zarghoen heeft een Nederlands paspoort en doet vrijwillig de inburgeringscursus. “Ik wil Nederlands leren, maar het is een moeilijke taal.”

 

Analfabeet
Ankie Koeberg helpt haar. “Zarghoen gaat naar school en elke week komt ze langs en dan leg ik haar uit wat er op school is behandeld. Want het gaat heel snel en Zarghoen is analfabeet. De inburgeringscursus is best zwaar, er zijn veel vragen waar ik ook het antwoord niet op weet.” Doordat de beide vrouwen buren van elkaar zijn, komen zij elkaar ook buiten de lesuren tegen.

 

Ankie Koeberg: “Je weet veel van elkaar. Ik ga graag bij de buren langs, ze kunnen geweldig feesten met eindeloos dansen en heerlijk eten. Zarghoen kan verschrikkelijk goed koken, daar zou ze wel meer mee willen doen. Maar er is ook altijd wel iets wat ondersteuning behoeft. Ik ga wel eens mee naar de fysiotherapeut, of het stadsdeel, of de school van haar zoon.”

 

Naast elkaar
Koeberg doet wel meer vrijwilligerswerk, maar het ABC heeft haar inzicht veranderd. “Ik heb meer geduld gekregen. Ik begrijp dat er verschillen zijn en die zijn groter dan ik had gedacht. Vroeger keek ik daar wat gemakkelijker tegenaan, toen verwachtte ik misschien dat mensen van ver zouden doen zoals wij. Ik geloof dat je mensen niet moet willen veranderen, het kan naast elkaar bestaan.”

 

Ankie en Zarghoen zijn aan elkaar gekoppeld via het Amsterdams Buurvrouwen Contact.

Tekst: Trudy Admiraal. Foto: Leen Visser

 

Waardevolle ontmoetingen

Willem van Loon en Bruno Pisani ontmoeten elkaar wekelijks. Dan ze drinken een bakje koffie, lezen de krant, gaan naar het Concertgebouw of koken samen. Heel gezellig. Bruno is Italiaans en drie jaar geleden naar Nederland verhuisd. Willem is Nederlands en woont al vijfentwintig jaar in de Rivierenbuurt. Willem en Bruno zijn aan elkaar gekoppeld via Gilde Samenspraak.

 

Zo
Voor Bruno is het lastig om Nederlands te leren. Hij heeft vooral vrienden uit het buitenland, en op straat en in winkels schakelen mensen vaak direct over op het Engels. Bruno past vaak Engelstalige woorden of grammaticaregels toe in zijn Nederlands. Willem: “In het begin zei Bruno vaak ‘Zo’ aan het begin van een zin. Bleek dat had hij dat had overgenomen uit het Engels waarin ze vaak een zin beginnen met ‘So’. Dan leg ik hem uit dat we dat in het Nederlands niet doen. Dat gebruikt hij ook niet meer.”

 

De Nederlands sprekende Italiaanse thuiskok
Bruno weet nog niet hoe lang hij in Nederland zal blijven. Zijn vrouw heeft een arbeidscontract voor vier jaar. Daarvan zijn er nu drie verstreken. In die tijd heeft Bruno diverse taalcursussen gedaan, en dankzij Gilde Samenspraak is zijn gebruik van Nederlands in het dagelijks leven verbeterd. Sinds kort heeft Bruno zijn eigen bedrijf gestart waarbij hij voor kleine groepen mensen thuis, op een verjaardag of feestje, Italiaanse gerechten kookt: de Nederlands sprekende Italiaanse thuiskok.

 

Elfstedentocht, koningshuis en verse pasta
De ontmoetingen zijn waardevol omdat beide partijen er iets van opsteken. Bruno weet nu alles over de Elfstedentocht en het koningshuis. Maar ook Willem steekt iets van de ontmoetingen op. Hij weet nu hoe hij verse pasta moet maken, maar belangrijker is dat er een vriendschap tussen beide heren is ontstaan. Samen gaan ze naar het Concertgebouw of uit eten.

 

Geduld en interesse
Toen Willem zich bij Gilde Samenspraak aanmeldde als vrijwilliger leek het hem leuk om iemand van een andere cultuur te ontmoeten. Nu is Willem al bijna twee jaar taalcoach. Willem vindt dat geduld en interesse in anderen de belangrijkste eigenschappen voor een taalcoach zijn.

 

Willem en Bruno zijn aan elkaar gekoppeld via Gilde Samenspraak.

Wennen aan gewoon praten

Foto: Erik Borst

 

Xiaolan (30) komt uit Guangzhou (China), een stad met 9 miljoen inwoners. Ze woont al bijna zes jaar in Nederland. Drie jaar geleden heeft ze Nederlandse les aan de Universiteit van Amsterdam gevolgd en nu doet ze een vervolgcursus bij Linguarama. Ze is kredietanalist bij Fortis in Rotterdam. Twee maanden geleden kreeg Xiaolan een taalcoach: Truus (49), journalist en tekstschrijver. Ze spreken wekelijks met elkaar af om een uur of iets langer met elkaar te praten.

 

Xiaolan, spreek je Nederlands met je collega’s?
“Soms. Bij overleggen bijvoorbeeld. Maar ik vraag altijd: kan je Engels? Mijn baas wil graag dat ik beter Nederlands leer.”

 

En waarom wilde je naast je lessen een taalcoach?
“Om Nederlands te leren praten en gezelligheid te hebben. We gaan samen wat drinken, fietsen, iets eten. We praten veel. Over vakantie, werk, hobby’s, eten, China. We maken grapjes, we doen een spelletje.” Truus: “Het gaat er vooral om dat je gewend raakt aan gewoon praten.”

 

Truus, wat doe je als taalcoach?
“Ik heb van tevoren geen plan waarover we gaan praten. We gaan iets leuks doen samen en dan komt het praten vanzelf. Xiaolan heeft aangegeven dat ze graag dingen wil doen, ze wil geen lesjes met mij oefenen. Daarvoor gaat ze al naar cursus. Ik let erop dat ik haar niet voortdurend verbeter, ik herhaal liever een zin met het goede werkwoord of in de goede tijd.”

 

Wat is er leuk aan om taalcoach te zijn?
“Ik vind het leuk om mee te maken hoe mensen de taal leren, welke woorden ze gebruiken. Hoe ze dingen zeggen. Xiaolan is mijn vierde ‘taalleerling’. De anderen kwamen uit Turkije, Congo en Portugal. Elke keer leer je iemand uit een ander land kennen. Nu komt China voor mij op de kaart. Je wereld wordt groter.”

 

Xiaolan, wat heb je geleerd van Truus?
“Ik leer over Amsterdam. Ik woon vlakbij het Frankendaelpark. Nooit geweten! Met Truus heb ik daar gewandeld en later ben ik naar een concert geweest. Het was Zuid-Amerikaanse muziek, heel mooi.”

 

Truus en Xiaolan zijn door SamenSpraak Oost aan elkaar gekoppeld. SamenSpraak Oost houdt rekening met de wensen en raakvlakken van beide partijen. Wil je vooral praten of ook dingen doen? Heb je allebei kinderen of juist niet?

Taal is meer dan woorden alleen

Taal is meer dan woorden alleen. Het is een middel dat zorgt voor verbinding, begrip en duidelijkheid. Als je in een land komt waarvan je de taal nog niet spreekt, is het moeilijk om  je weg te vinden in een nieuwe omgeving. Alaa (29) kwam zes jaar geleden uit Syrië naar Nederland. Hij leerde de taal, maar het maken van connecties met andere Nederlanders bleef lastig. Via Coloured Circle kwam hij in contact met zijn taalcoach Erwin (31).

 

 “Taalcoaching helpt mij echt verder,” zegt Alaa. Hij had er al vele uren Nederlandse les opzitten en zijn niveau was best goed, maar hij bleef het moeilijk vinden om gesprekken te voeren met Nederlanders. Daarom ging hij op zoek naar een taalcoach en kwam zo in contact met Coloured Circle in Amsterdam. Vier maanden geleden werd hij gekoppeld aan Erwin, oprichter van KEK! bier, die naast zijn werk iets goeds en nuttigs wilde doen met zijn vrije tijd. “Ik zocht op internet naar iets wat bij mij zou passen. Mijn oog viel op het taalmaatjesproject en ik dacht meteen: dit ga ik doen. Ik vind dat Amsterdammers zich meer zouden moeten verdiepen in de integratie van mensen. Het is fijn als je weet met wie je allemaal leeft in de maatschappij. En met een beetje tijd kun je iemand echt verder helpen.”

 

Alaa en Erwin ontmoeten elkaar eens per week. Dan pakken ze er geen pen en papier bij, maar liever een pan en een spatel. “Vaak koken we samen. Lekker eten en biertjes of wijntjes drinken,” lachen ze. “We doen ook veel spelletjes,” gaat Erwin verder. “Dat spel met die blokjes die je dan moet gooien, ‘kubbs’ heet dat.” Ze spreken bij een van de twee thuis of, als de zon schijnt, ergens buiten. Zoals laatst, toen zijn ze met de boot van Erwin gaan varen over de Amstel. “We gaan dus niet met een schriftje zitten en uit een boek lezen,” zegt Erwin. “Het is niet zoals in een klas. We hebben vooral veel leuke gesprekken samen. Alaa vertelt bijvoorbeeld veel over zijn familie en cultuur.” Alaa knikt bevestigend. “We praten over de liefde, over vrienden, over alles eigenlijk, zoals met een vriend. En we maken veel grapjes. Ik heb ook samen met Erwin en zijn vrienden het EK gekeken toen Nederland speelde. Dat vond ik echt leuk omdat ik met veel andere mensen Nederlands kon praten. Ik heb allemaal leuke nieuwe mensen ontmoet, dat vind ik belangrijk.”

 

“Mijn paspoort biedt toekomstperspectief”

Drie maanden geleden kreeg Alaa zijn Nederlandse paspoort. Met zelf gebrouwen biertjes en een tafel vol eten hebben ze deze dag gevierd. “Dit was een hoogtepunt,” zegt Alaa met een grote glimlach op zijn gezicht. Erwin knikt en gaat verder: “Hij heeft nu een toekomstperspectief.” Alaa is net begonnen met een horeca-opleiding aan het ROC, een werk/leertraject. Erwin heeft flink rondgebeld in zijn netwerk of Alaa ergens aan de slag kon als kok. Met positief resultaat: hij kan naast zijn studie starten in een restaurant. “Ik wil graag gerechten koken uit het Midden-Oosten. Ik moet nog heel veel leren. Ik ben nog geen professional, maar ik hou echt van koken.”

 

Voor Alaa is een taalmaatje een ideale manier om de Nederlandse taal beter te leren spreken en de cultuur te ontdekken. “Op school leer ik grammatica, maar er is niet genoeg tijd om te praten. En in Amsterdam is het moeilijk om de Nederlandse taal te spreken. Zodra mensen mijn accent horen, begint bijna iedereen automatisch in het Engels. Het is dan heel makkelijk om in het Engels te antwoorden, maar zo kom ik natuurlijk niet verder. Met Erwin kan ik altijd Nederlands praten en als ik een fout maak, kan hij me meteen verbeteren.” Inmiddels spreekt Alaa de taal behoorlijk goed, maar hij heeft soms wat tijd nodig om op woorden te komen. “Ik moet het woord eerst in mijn hoofd vertalen en dan uitspreken. Door Erwin heb ik veel meer zelfvertrouwen gekregen om te praten. Ik ben erg blij met hem.”

 

Erwin: “Ik leer ook veel van Alaa. Ik ontdek bijvoorbeeld nieuwe dingen over de Nederlandse taal. Meestal denk ik er helemaal niet over na waarom dingen zijn zoals ze zijn. Ik merk dat ik veel bewuster ben geworden van de taal die ik al bijna eenendertig jaar spreek.” Voor Erwin kost het wat tijd om taalcoach te zijn, maar hij krijgt er veel energie voor terug. “Het is echt leuk. Mensen denken misschien dat er van alles van je wordt verwacht, maar je kan het zo moeilijk maken als je zelf wil. Ik zie het als een verrijking.”

 

De taalmaatjes staan op en dagen elkaar uit voor een potje ‘kubbsen’. Zoals de mannen al lieten merken: taal is meer dan alleen woorden.

 

Ook taalcoach worden? Bekijk de organisaties en projecten waar je taalcoach kunt worden. Meteen taalcoach worden bij Coloured Circle? Stuur een mail naar administratie@colouredcircle.org of bel 06-83572763.

 

Tekst: Rianne Horning

Beeld: VCA Media / Huub Zeeman